In dit artikel
Je souschef zegt op een dinsdag zijn contract op. Zes weken later opent hij twee straten verderop, met een kaart die verdacht veel lijkt op de jouwe — en het eerste wat je doet is dat concurrentiebeding uit de kast trekken dat hij drie jaar geleden ondertekende.
Voor de meeste horecazaken blijkt dat papier dan minder waard dan de map waarin het zat. Niet omdat de advocaat die het opstelde slecht werk leverde, maar omdat een concurrentiebeding in de horeca aan voorwaarden moet voldoen die weinig eigenaars kennen — een loongrens, een verplichte vergoeding, een maximale duur — en die voorwaarden verschillen bovendien per land. Wat in Duitsland standaard is, bestaat in Nederland vandaag nog niet eens. En zelfs wanneer het beding wél geldig is, beschermt het niet het gerecht zelf: recepten zijn nergens in de EU auteursrechtelijk beschermd.
De meeste artikels over dit onderwerp stoppen bij "laat een advocaat een concurrentiebeding opstellen" — zonder de cijfers die echt bepalen of dat beding iets waard is. Dit artikel doet het omgekeerd: 7 concrete, opgezochte cijfers, van de Belgische loongrens tot wat auteursrecht wél en niet dekt. Onderaan staat een rekentool die je eigen situatie doorrekent — land, loon, duur, vergoeding — in plaats van een vuistregel die toevallig niet op jouw contract van toepassing is.
Twee dingen vooraf. Dit artikel gaat over wat een vertrekkende werknemer wettelijk wel en niet mag meenemen — niet over hoe je nieuw personeel vindt als die chef eenmaal weg is, en niet over de naam op je gevel: onze gids over merkbescherming behandelt dat apart, met eigen cijfers. En dit is geen juridisch advies. De bedragen en percentages hieronder zijn gebaseerd op de wetgeving van België, Frankrijk, Duitsland en Nederland zoals die in 2026 geldt — laat je eigen contract altijd nakijken door een advocaat arbeidsrecht voor je erop vertrouwt of erop handelt.
De 7 cijfers achter een concurrentiebeding dat wél of niet standhoudt
Elk cijfer staat op zich, maar ze bouwen op elkaar voort — en cijfer 7 verlaat het contract helemaal en gaat over wat een concurrentiebeding sowieso nooit dekt: het recept zelf.
1. €44.447 — het bedrag waaronder een Belgisch concurrentiebeding gewoon niet bestaat
In België is een concurrentiebeding voor een gewone werknemer of arbeider van rechtswege onbestaande wanneer het jaarlijkse brutoloon niet boven €44.447 uitkomt (bedrag 2026, jaarlijks geïndexeerd). Niet "moeilijk afdwingbaar" — onbestaande, alsof het nooit werd ondertekend. De meeste commis, demi-chefs en zelfs een deel van de chef-koks in een onafhankelijke zaak vallen onder die grens, waardoor het beding dat in hun contract staat dode letter is vanaf dag één.
Tussen €44.447 en €88.895 ligt een tussenzone: het beding is dan alleen geldig voor functies die een paritair comité of sectorale cao vooraf heeft aangeduid — niet automatisch voor iedereen die toevallig in die loonschijf zit. Pas boven €88.895 geldt het beding in principe zonder die extra voorwaarde, op de andere regels na die hieronder volgen. Check dus eerst het brutoloon van de vertrekkende werknemer voor je het beding zelfs maar ter sprake brengt — dat ene getal beslist vaak alles.
2. 50% — de vergoeding die Duitsland én België gewoon wettelijk verplichten
Waar een concurrentiebeding wél geldig kan zijn, komt in meerdere landen steeds hetzelfde percentage terug. In Duitsland verplicht §74 lid 2 van het Handelsgesetzbuch een vergoeding van minstens 50% van het laatste totale loon (inclusief variabele looncomponenten) voor elke maand dat het beding loopt — zonder die vergoeding is het beding gewoon ongeldig. In België is de regel gelijkaardig: is het beding geldig, dan moet je minstens 50% van het brutoloon over de looptijd uitbetalen, of je moet het beding binnen een vaste termijn schriftelijk opzeggen (zie cijfer 6).
Dat cijfer verandert de rekensom volledig. Een concurrentiebeding is niet gratis bescherming die je gewoon in een contract zet en vergeet — het is een lopende kost zodra je het wil inroepen. Een chef-kok met een jaarloon van €48.000 die je twaalf maanden aan de kant wil houden, kost je in Duitsland of België al snel €24.000 aan vergoeding. Dat bedrag reken je hieronder zelf uit met je eigen cijfers.
Hetzelfde soort beding, vier totaal verschillende verplichtingen — het land op het contract beslist, niet de taal waarin je dit leest
België 50% van het brutoloon, verplicht
Duitsland 50% van het brutoloon, verplicht
Frankrijk 30% van het brutoloon, verplicht
Nederland 0% vandaag geen wettelijke verplichting — een wetsvoorstel wil dit optrekken naar 50%
Percentages zijn wat de wet of vaste rechtspraak in dat land eist opdat het beding geldig blijft — niet wat een werkgever vrijwillig zou kunnen aanbieden. Frankrijk is een praktijkgrens uit rechtspraak, geen vast wetsartikel.
3. 30% — het minimum dat Franse rechters nog aanvaarden
Frankrijk kent geen loongrens zoals België, maar wel een even harde regel: sinds een uitspraak van het Franse Hof van Cassatie in 2002 is een concurrentiebeding zonder contrepartie financière (financiële tegenprestatie) nietig. Rechters beoordelen per zaak of het bedrag "derisoir" (belachelijk laag) is — een vergoeding van 15% werd voor een magazijnverantwoordelijke al eens afgekeurd, terwijl 30 à 40% doorgaans standhoudt, afhankelijk van functie, anciënniteit en de breedte van de beperking.
Voor een Franse vestiging betekent dit: een concurrentiebeding met een symbolische vergoeding van een paar honderd euro is in de praktijk waardeloos papier. De rechter kijkt niet naar wat er ondertekend staat, maar naar wat er écht tegenover de beperking staat — en dat moet in verhouding staan tot wat die werknemer misloopt door niet elders te mogen werken.
4. 0% — wat Nederland vandaag nog verplicht uitbetaalt
En dan draait het beeld helemaal om. Nederland kent, in tegenstelling tot Duitsland, België en Frankrijk, vandaag géén wettelijke verplichting om een concurrentiebeding financieel te vergoeden. Een Nederlandse werkgever kan een chef-kok in theorie kosteloos aan een concurrentiebeding houden — precies het omgekeerde van de 50%-regel hierboven. Wel gelden er andere harde voorwaarden: het beding moet schriftelijk en individueel ondertekend zijn, en bij een tijdelijk contract moet de werkgever schriftelijk motiveren welk zwaarwegend bedrijfsbelang het beding rechtvaardigt — zonder die motivering is het gewoon nietig.
Dit is precies waarom "ik heb een concurrentiebeding laten opstellen" niets zegt zonder erbij te vermelden in welk land. Er ligt bovendien een wetsvoorstel klaar dat ook Nederland naar diezelfde 50%-drempel zou brengen, met een maximale duur en een verbod voor de laagste loonschalen — plan je zaak dus niet blindelings op de huidige, kosteloze situatie.
5. 12 maanden — het plafond dat de meeste Europese rechters niet overschrijden
Los van het land is er een tweede, terugkerende grens: de duur. Een concurrentiebeding van vijf jaar dat een chef-kok overal in Europa verbiedt te koken, wordt door zo goed als geen enkele Europese rechter aanvaard. In de praktijk geldt zes tot twaalf maanden als de redelijke bovengrens — langer kan, maar dan loop je een reëel risico dat de rechter het beding zelf herleidt tot een kortere, wél redelijke termijn, of het integraal schrapt.
Hetzelfde geldt voor de geografische omvang: hoe ruimer het gebied (heel België in plaats van je eigen stad, heel Europa in plaats van je eigen land), hoe groter de kans dat een rechter het buitensporig vindt. Een beding dat écht standhoudt, is precies afgebakend: deze functie, deze regio, deze duur — nooit "overal, altijd, voor alles".
6. 15 dagen — de eigen aftelklok van België
België voegt daar nog een eigen mechanisme aan toe dat weinig eigenaars kennen: na het einde van het contract heb je als werkgever 15 dagen om het concurrentiebeding formeel en schriftelijk op te zeggen. Doe je dat niet binnen die termijn, dan blijf je gebonden aan de vergoedingsplicht uit cijfer 2 — ook als je nooit van plan was het beding echt te gebruiken.
Dat betekent dat stilzitten de duurste optie is. Een vertrekkende chef-kok laat je niet gewoon "met rust totdat je erover nadenkt" — binnen die 15 dagen beslis je actief: wil je het beding inroepen (en betaal je ervoor), of zeg je het op (en betaal je niets)? Zet die termijn letterlijk in je agenda zodra iemand met een concurrentiebeding vertrekt.
7. €0 — wat auteursrecht van je recept beschermt, waar dan ook in de EU
Zelfs een concurrentiebeding dat wél standhoudt, beschermt nooit het gerecht zelf — en hier verandert het verhaal van een contractkwestie in een heel andere vraag. Het Europees Hof van Justitie oordeelde in het Levola-arrest (2018) dat een smaak, en bij uitbreiding een recept, niet voldoet aan de "nauwkeurige en objectieve" vereiste die het auteursrecht stelt. Ingrediënten en bereidingswijze zijn overal in de EU vogelvrij: eender wie mag ze namaken, ook een chef-kok die net bij jou vertrokken is.
Wat wél kan helpen is bedrijfsgeheimbescherming, geregeld door de Europese Richtlijn 2016/943 — maar die geldt alleen als je het recept ook écht als geheim behandelde: beperkte toegang, een vertrouwelijkheidsclausule, geen recept dat los rondslingert in de keuken of op een gedeelde schijf staat. Zonder die actieve stappen bewijs je voor een rechter niets. Dit is exact het verschil met de naam op je gevel, die je via registratie als merk wél afdwingbaar kan maken — een recept werkt fundamenteel anders.
Vier lagen, van niets tot een afdwingbaar recht. Een concurrentiebeding zit hier nergens tussen: het regelt wie er mag koken, niet wat er beschermd is
Ingrediënten & bereidingswijze
Nul bescherming, overal in de EU. Auteursrecht dekt de precieze uitdrukking van een idee, nooit het idee zelf — en een recept is juridisch een idee (Levola-arrest, 2018).
De geschreven tekst, foto's, menukaart
Dun maar reëel: de exácte bewoording van je receptomschrijving of je eigen foto's zijn auteursrechtelijk beschermd — het gerecht zelf namaken mag nog steeds.
Een écht afgeschermd proces
Reëel beschermd als bedrijfsgeheim (EU-richtlijn 2016/943) — maar alléén als je kan bewijzen dat je het ook effectief geheim hield.
Naam & logo
Volledig afdwingbaar zodra geregistreerd als merk — zie onze aparte gids over merkbescherming voor de cijfers daarachter.
Geen van deze percentages is een wettelijk vastgelegd cijfer — ze illustreren de relatieve sterkte van elke beschermingslaag, van nul tot volledig afdwingbaar.
Is jouw concurrentiebeding het papier waard?
Is jouw concurrentiebeding het papier waard?
Kies het land waaronder het contract valt, vul het brutojaarloon, de duur en de aangeboden vergoeding in. De tool toetst dat aan de cijfers hierboven — geen juridisch advies, wel een eerste, eerlijke inschatting.
—
Een indicatieve inschatting op basis van je eigen cijfers — geen juridisch advies. De regels wijzigen, en elk contract heeft zijn eigen details; laat je situatie altijd bevestigen door een advocaat arbeidsrecht.
Je actieplan voor de komende maand
Je hoeft dit artikel niet te onthouden — je hebt het nodig op het moment dat een sleutelfiguur vertrekt, of voor je iemand nieuw aanwerft. Drie stappen, elk een kwartier:
Vandaag, gratis:
- Zoek de bestaande concurrentiebedingen in je personeelscontracten op en noteer voor elk: het land, het brutoloon en de duur
- Vul die cijfers in bij de rekentool hierboven en noteer per contract of het beding staat of valt
- Maak een lijst van welke recepten of processen je écht als geheim beschouwt — dat is de eerste stap naar bedrijfsgeheimbescherming (cijfer 7)
Deze week, structureel:
- Beperk de toegang tot je belangrijkste recepten tot wie ze echt nodig heeft — geen los blaadje in de keuken, geen gedeelde map zonder wachtwoord
- Laat een advocaat arbeidsrecht nakijken of je bestaande bedingen aan de drempel, de vergoeding én de duur voor dat specifieke land voldoen
- Registreer je naam en logo als merk als dat nog niet gebeurd is — een concurrentiebeding beschermt geen van beide (zie onze gids over merkbescherming)
Bij elk nieuw contract:
- Beslis bewust of een concurrentiebeding het waard is — inclusief de vergoeding die je er misschien ooit voor moet betalen (cijfer 2)
- Zet de 15-dagentermijn (cijfer 6) meteen in je agenda voor het moment dat iemand met een beding effectief vertrekt
- Bouw je wervingsproces zo op dat een vertrek nooit een crisis is — onze gids over horecapersoneel vinden gaat daar dieper op in
Conclusie: een handtekening is geen bescherming
Dit artikel is geen pleidooi om nooit meer een concurrentiebeding te laten opstellen — in het juiste land, met de juiste vergoeding en een redelijke duur, kan het wel degelijk iets tegenhouden. Maar de zeven cijfers hierboven laten zien dat de meeste bedingen die vandaag in horecacontracten staan, die drempels niet halen — en dat zelfs een beding dat wél standhoudt nooit het recept zelf beschermt. Wie zijn zaak wil beschermen tegen een vertrekkend sleutelfiguur, heeft drie afzonderlijke instrumenten nodig: een beding dat écht aan de regels voldoet, actieve geheimhouding van wat écht geheim moet blijven, en een geregistreerd merk voor de naam. Onze gids over personeelsverloop gaat dieper in op wat een vertrek je daarnaast nog kost.
En eens die basis op orde is, is dat exact het moment om ook de rest van je zaak structureel op orde te zetten: je reserveringen, je omzet en je bezetting in één scherm, zodat een investering als deze nooit los staat van hoe je zaak er écht voor staat. Bekijk wat het kost — eenmalig, geen commissie per couvert.