In dit artikel
Een F-gas is een gefluoreerd broeikasgas: het koelmiddel dat rondgaat in vrijwel elke koelcel, diepvriezer, koeltoog en ijsblokjesmachine in een professionele keuken. De Europese wetgeving meet dat gas niet in kilo's maar in ton CO2-equivalent — de kilo's in je toestel maal de opwarmingsfactor van het gas erin, gedeeld door duizend. Die ene som bepaalt alles wat je erover verschuldigd bent.
Elke zaak kent het ritueel. Halverwege de zomer haalt de koelcel haar temperatuur niet meer, de techniekers komen langs, er wordt "bijgevuld", en op de factuur staat een regel met een code erin — R-404A, R-134a, R-449A — en een aantal kilo's. Niemand leest die regel. Het toestel doet het weer, en dat is wat telde.
Sinds 1 januari 2025 is die regel wél het interessantste op de hele factuur. Vanaf die datum mag koelmiddel met een opwarmingsfactor van 2.500 of hoger niet meer gebruikt worden om koelinstallaties te onderhouden of te herstellen — en R-404A, het gas dat in een enorm deel van de bestaande horecakoeling zit, staat op 3.922. Wat je technieker vorige zomer deed, mag hij deze zomer alleen nog met geregenereerd gas doen, en die uitzondering loopt af op 1 januari 2030.
Deze gids loopt de drie drempels af die je toestel kan overschrijden, met de cijfers erbij. Onderaan zet je je eigen twee getallen in de rekenmachine — welk gas, en hoeveel kilo — en zie je welke drempel voor jou geldt, wat dat aan controles kost, en hoeveel jaar dit toestel nog heeft. Alles rekent in je eigen browser: er wordt niets verstuurd en niets bewaard.
Waarom een kilo geen kilo is
Op het typeplaatje van je koelcel staat een aantal kilo's. In de wetgeving staat dat getal nergens. Wat er wél staat is een drempel in ton CO2-equivalent, en die reken je zo uit: kilo's maal de opwarmingsfactor van het gas, gedeeld door duizend. Vier kilo klinkt weinig. Vier kilo R-404A is 15,7 ton CO2-equivalent — ruim drie keer de drempel waarboven je een jaarlijkse lekcontrole en een logboek nodig hebt.
De opwarmingsfactor (GWP, global warming potential) is geen schatting die je zelf mag maken: elk gas heeft er één, en die staat in de bijlagen van de verordening zelf. R-404A staat op 3.922, R-410A op 2.088, R-134a op 1.430, R-449A op 1.397, R-448A op 1.387 en R-513A op 631. Voor mengsels wordt de factor van de samenstelling afgeleid. Let op welke bron je gebruikt: de klimaatpanels publiceren om de zoveel jaar nieuwe cijfers, maar het getal dat telt voor je verplichtingen is dat van de verordening.
En dan is er het onderscheid dat de meeste uitbaters verrast: propaan (R-290) en CO2 (R-744) zijn geen F-gassen. Ze hebben geen lage drempel — ze hebben er geen. Een toestel op propaan valt volledig buiten deze verordening: geen lekcontrole, geen logboek, geen einddatum, geen quotum dat de prijs opdrijft. Dat is geen detail in de marge, dat is het hele verschil tussen twee toestellen die er in je keuken identiek uitzien.
De drie drempels, en wat elke drempel je oplegt
Ze staan in de volgorde waarin een zaak ze tegenkomt. De eerste twee gaan over hoeveel gas er in je toestel zit. De derde gaat over wélk gas het is — en dat is de enige die een einddatum heeft.
1. 5 ton CO2-equivalent: waar het papierwerk begint
Dit is de drempel die de meeste horecatoestellen halen zonder dat iemand het doorheeft. Boven de vijf ton CO2-equivalent moet een koelinstallatie minstens één keer per twaalf maanden op lekken gecontroleerd worden door een gecertificeerd technicus, en moet je van dat toestel een dossier bijhouden: welk gas, hoeveel, wie eraan gewerkt heeft, hoeveel er is bijgevuld of teruggewonnen, en op welke datum. Die gegevens moeten vijf jaar bewaard blijven.
Vijf ton is geen groot toestel. Hieronder staat hoeveel kilo van elk gas het kost om die drempel te halen — en meteen waarom dezelfde vier kilo een totaal ander toestel is naargelang wat erin zit.
Er hangt één verzachting aan vast: zit er een automatisch lekdetectiesysteem op de installatie, dan mag de controle om de vierentwintig maanden in plaats van om de twaalf. Voor een enkele koelcel is dat zelden de moeite; voor een zaak met meerdere kringen op één machinekamer soms wel.
De vulling die het kost om de drempel van 5 ton CO2-equivalent te halen — de drempel waarboven een jaarlijkse lekcontrole en een logboek verplicht zijn.
Nog geen anderhalve kilo R-404A brengt een toestel al boven de drempel; met R-513A heb je er bijna acht nodig. Op propaan en CO2 bestaat de drempel niet, hoeveel er ook in zit — die gassen vallen buiten de verordening.
2. 50 en 500 ton: waar de frequentie verandert
Boven de vijftig ton CO2-equivalent verdubbelt het ritme: dan is het om de zes maanden, of om de twaalf met lekdetectie. Boven de vijfhonderd ton wordt het om de drie maanden én is een automatisch lekdetectiesysteem verplicht in plaats van optioneel.
Voor één koelcel achter een bistro is vijftig ton buiten bereik — dat zou dertien kilo R-404A vragen. Maar een zaak telt zelden één toestel. Een koelcel, een vriescel, een gekoelde toog, een ijsmachine en een klimaatinstallatie zijn vijf gescheiden kringen, en de drempel geldt per installatie, niet per gebouw. Wie dat verkeerd optelt, komt in beide richtingen fout uit.
Praktisch: laat je technieker één keer per toestel het typeplaatje overschrijven — gas, kilo's, bouwjaar — en hou die lijst bij de rest van je technische documenten. Het is een kwartier werk, en het is precies de lijst waar een controleur naar vraagt. Wie zijn openings- en sluitingsronde al op papier heeft staan, kent het principe: wat in één hoofd zit, is niet gedocumenteerd.
3. GWP 2.500: waar bijvullen verboden werd
Dit is de drempel die niets met de grootte van je toestel te maken heeft en die de meeste zaken daadwerkelijk raakt. Sinds 1 januari 2025 mag koelmiddel met een opwarmingsfactor van 2.500 of meer niet langer gebruikt worden voor het onderhoud of de herstelling van koelinstallaties. Niet "boven een bepaalde vulling" — de oude uitzondering voor kleine toestellen is weggevallen. Het geldt voor het gas, niet voor de machine.
Er is één uitweg, en die heeft een klok: geregenereerd of gerecycleerd gas mag nog gebruikt worden tot 1 januari 2030. Dat is echt gas dat uit ontmantelde installaties is teruggewonnen en opgezuiverd, geen nieuw geproduceerd gas — de voorraad is dus per definitie eindig, en de prijs volgt die schaarste. Wie vandaag een toestel op R-404A heeft, heeft geen probleem maar wel een deadline.
Hieronder staat waar elk gas ligt tegenover de drempels die de verordening zelf trekt. Let op hoe ver R-404A boven de rode lijn zit, en hoe onzichtbaar propaan en CO2 aan de andere kant zijn.
De opwarmingsfactor van elk gas, met de drie grenswaarden die de verordening zelf trekt. Hoe verder naar rechts, hoe zwaarder het gas weegt in ton CO2-equivalent — en hoe sneller je toestel elke drempel haalt.
R-404A zit op bijna het viervoud van de verbodsgrens; propaan en CO2 zijn op deze schaal niet eens zichtbaar. De grens bij 150 is de waarde waarboven nieuwe zelfstandige koelapparatuur voor commercieel gebruik sinds 2025 niet meer op de markt mag komen — die geldt voor wat je koopt, niet voor wat er al staat.
4. Wat een lek je écht kost, in drie bedragen
Een koelinstallatie die gas verliest, kost je drie keer, en de meeste uitbaters zien er maar één van. De eerste is het gas zelf: wat de technieker aanrekent per kilo bijgevuld koelmiddel. Dat bedrag staat op de factuur en is dus het enige dat wordt opgemerkt.
De tweede is stroom. Een installatie die onder haar juiste vulling draait, moet langer draaien om dezelfde temperatuur te halen — de compressor loopt meer uren, het rendement zakt, en dat betaal je maand na maand terwijl niemand het aan het lek koppelt. Wie zijn energiekosten ziet stijgen zonder verklaring, moet eerst naar de koeling kijken en pas daarna naar de tarieven.
De derde is de duurste en komt in één keer: de nacht waarop de cel het niet meer haalt. Dan is het niet het gas dat je kwijt bent maar je voorraad, en op een zaterdag in juli is dat het rendement van een hele dienst. Precies daarom is de jaarlijkse lekcontrole geen administratieve last maar de goedkoopste verzekering in huis: een lek dat je in maart vindt, is een servicebeurt; hetzelfde lek in juli is een volle koelcel.
5. Je toestel staat op R-404A: drie wegen, en wat ze kosten
De eerste weg is uitdoen tot 2030. Je verandert niets, je vult bij met geregenereerd gas, en je vervangt de installatie wanneer ze toch aan vervanging toe is. Dat is verdedigbaar voor een toestel dat over vijf jaar sowieso weg is, op één voorwaarde: dat je weet dat de klok loopt en dat je niet in 2029 met een noodvervanging zit tegen de prijs die iedereen dan betaalt.
De tweede is ombouwen: hetzelfde toestel overzetten naar een vervanggas met een lagere factor — R-449A of R-448A, allebei rond de 1.390, of R-513A op 631. Dat is meestal een kwestie van olie, expansieventiel en dichtingen in plaats van een nieuwe installatie, en het brengt het toestel meteen onder de verbodsdrempel. Het gas blijft wel een F-gas, dus de lekcontroles en het logboek blijven, en de Europese quota knijpen de aanvoer van álle F-gassen de komende jaren verder dicht.
De derde is vervangen door een natuurlijk koelmiddel — propaan of CO2. Dat is de duurste ingreep vandaag en de enige die je definitief buiten deze hele verordening zet: geen drempel, geen controlefrequentie, geen einddatum. Voor een toestel dat je nu toch vervangt, is dat zelden een moeilijke afweging; voor een toestel van drie jaar oud bijna nooit de juiste.
De negen koelmiddelen die je in een keuken tegenkomt
Eén tabel met alles wat je nodig hebt om je eigen typeplaatje te lezen: de opwarmingsfactor, wat één kilo daarvan weegt in ton CO2-equivalent, hoeveel kilo de drempel van 5 ton haalt, en waar het gas sinds 2025 staat.
| Koelmiddel | GWP | t CO2e per kg | kg tot 5 t | Status vanaf 2025 |
|---|---|---|---|---|
| R-404A | 3.922 | 3,92 | 1,27 kg | Niet meer voor onderhoud |
| R-410A | 2.088 | 2,09 | 2,39 kg | Toegelaten, wordt afgebouwd |
| R-449A | 1.397 | 1,40 | 3,58 kg | Toegelaten, wordt afgebouwd |
| R-448A | 1.387 | 1,39 | 3,60 kg | Toegelaten, wordt afgebouwd |
| R-134a | 1.430 | 1,43 | 3,50 kg | Toegelaten, wordt afgebouwd |
| R-513A | 631 | 0,631 | 7,92 kg | Toegelaten, wordt afgebouwd |
| R-1234ze | 7 | 0,007 | 714,29 kg | Onder elke drempel |
| R-290 | 3 | 0,003 | — | Geen F-gas |
| R-744 | 1 | 0,001 | — | Geen F-gas |
Wat zit er in jouw koelcel?
Twee getallen volstaan, en allebei staan ze op je toestel of op je laatste servicefactuur: welk gas erin zit en hoeveel kilo. De rekenmachine start met een courante horecakoelcel — vier kilo R-404A — zodat je meteen ziet hoe het leest; overschrijf die met de jouwe.
Vul je er ook bij hoeveel kilo er bij de laatste beurt is bijgevuld, dan zie je meteen wat dat lek je in geld heeft gekost en hoeveel ton CO2-equivalent er de lucht in ging.
Drempelchecker koelmiddel
Je gas, je vulling, en de drempel waar je toestel op uitkomt.
—
Deze checker geeft de Europese basisregels weer uit Verordening (EU) 2024/573. Lidstaten mogen strenger zijn, en welke certificering je technieker precies nodig heeft verschilt per land — vraag het na bij je installateur of je federatie. Alles rekent in je browser; er wordt niets verstuurd of bewaard.
Twee dingen om te weten bij het lezen. De vulling en het gas zijn twee losse voorwaarden en mogen dus niet bij elkaar opgeteld worden: de kilo's bepalen je controlefrequentie en je logboek, de factor van het gas bepaalt of je überhaupt nog mag bijvullen. Een toestel van drie kilo R-404A zit ónder de eerste drempel en mag toch niet bijgevuld worden.
En de drempel geldt per installatie, per gescheiden koelkring. Een koelcel, een vriescel en een ijsmachine zijn drie toestellen met drie eigen cijfers, niet één optelsom. Reken ze dus één voor één door in plaats van de kilo's van je hele keuken bij elkaar te zetten.
Vijf termen die op je servicefactuur staan
Alles op deze pagina komt terug op vijf begrippen. Wie die kent, leest zijn eigen onderhoudscontract in twee minuten.
- F-gas
- Een gefluoreerd broeikasgas — de familie koelmiddelen (HFK's en verwante stoffen) waarop Verordening (EU) 2024/573 van toepassing is. Propaan (R-290), CO2 (R-744) en ammoniak zijn géén F-gassen en vallen volledig buiten die verordening.
- GWP (opwarmingsfactor)
- Hoeveel keer sterker één kilo van dit gas opwarmt dan één kilo CO2 over honderd jaar. CO2 staat per definitie op 1; R-404A op 3.922. De waarde die telt voor je verplichtingen is die uit de bijlagen van de verordening zelf.
- Ton CO2-equivalent
- De eenheid waarin élke drempel in de verordening is uitgedrukt: kilo's koelmiddel × GWP ÷ 1.000. Het is de reden waarom je je verplichtingen niet van het typeplaatje kunt aflezen zonder eerst te rekenen.
- Servicestop
- Het verbod om koelmiddel met een GWP van 2.500 of meer nog te gebruiken voor het onderhoud of de herstelling van koelinstallaties, van kracht sinds 1 januari 2025. Geregenereerd of gerecycleerd gas is uitgezonderd tot 1 januari 2030.
- Lekcontrole en logboek
- Vanaf 5 ton CO2-equivalent moet een gecertificeerd technicus de installatie periodiek op lekken controleren, en moet je per toestel bijhouden welk gas erin zit, hoeveel er is toegevoegd of teruggewonnen, door wie en wanneer. Die gegevens bewaar je vijf jaar.
Wat je er deze week, deze maand en dit jaar mee doet
Niemand vervangt zijn koeling naar aanleiding van een blogartikel. Deze volgorde kost je een halve dag en zet je wel in de positie om de beslissing te nemen wanneer ze zich aandient in plaats van wanneer de cel het begeeft.
Deze week — schrijf op wat er staat
- Loop je keuken rond met je telefoon en fotografeer het typeplaatje van elke koelinstallatie: koelcel, vriescel, toog, ijsmachine, klimaat.
- Noteer per toestel het koelmiddel en de vulling in kilo's, en reken elke regel om naar ton CO2-equivalent met de checker hierboven.
- Markeer elk toestel dat op R-404A of R-507A staat — dat zijn de toestellen met een einddatum.
- Zoek je laatste servicefacturen op en kijk hoeveel kilo er de voorbije twee jaar is bijgevuld. Dat is je werkelijke lekcijfer.
Deze maand — zet het papierwerk recht
- Vraag je installateur om per toestel boven 5 ton CO2e het lekcontroledossier, en check of de laatste controle binnen de termijn viel.
- Bewaar die dossiers samen met je onderhoudscontracten op één plek, digitaal, en zet de volgende controledatum in de agenda.
- Vraag expliciet of je technieker gecertificeerd is voor het werk dat hij op je installatie uitvoert, en laat dat bevestigen op de factuur.
- Laat je onderhoudsplanning de lekcontrole opnemen, zodat ze niet los van de rest blijft zweven.
Dit jaar — beslis vóór de storing
- Vraag voor elk toestel op R-404A twee offertes naast elkaar: ombouwen naar een vervanggas, en vervangen door propaan of CO2.
- Zet daar de restwaarde en de verwachte resterende levensduur van het toestel naast — een machine van twaalf jaar oud ombouwen is zelden de goedkoopste weg.
- Neem de gekozen ingreep op in je investeringsplanning voor het jaar waarin ze past, niet in het jaar waarin de compressor stukgaat.
- Herbekijk de afweging elk jaar opnieuw: de quota knijpen de aanvoer van F-gassen jaar na jaar verder dicht, en dat beweegt de prijzen in één richting.
Het gas in je koelcel is een beslissing, geen detail
Vrijwel elke uitbater die dit één keer doorrekent, komt op hetzelfde uit: er staan twee of drie toestellen in huis, één ervan zit op een gas dat niet meer bijgevuld mag worden, en niemand wist het omdat de installatie gewoon deed wat ze moest doen. Dat is geen nalatigheid — het is een regel die nooit iemands bureau heeft bereikt, over een machine die geen aandacht vraagt zolang ze koud blijft.
Het goede nieuws is dat de hele oefening een halve dag kost. Vijf typeplaatjes fotograferen, vijf sommen maken, en één lijst bijhouden. Daarna weet je precies welk toestel een deadline heeft, welk toestel jaarlijks gecontroleerd moet worden, en welke van de twee kwesties op jou van toepassing is — want dat zijn twee verschillende dingen die zelden samenvallen.
En reken de rest van je technische kosten in dezelfde beweging door. De energiekosten van een slecht draaiende koeling en de storingskost van een cel die het op een zaterdag begeeft, komen uit dezelfde machine — en meestal uit hetzelfde lek.