In dit artikel
Een offerte voor een inductiefornuis begint altijd met dezelfde belofte: minder energieverbruik, een koelere keuken, minder brandgevaar. Wat er zelden bij staat, is de vraag die je elektricien als eerste stelt — en die heeft niets met de prijs van het fornuis te maken.
Zes gasbranders vervangen door zes inductiezones klinkt als een simpele swap: zelfde plek, zelfde pannen, ander stopcontact. Het probleem is dat "ander stopcontact" een understatement is. Een gasbrander trekt zijn energie uit een leiding die al voor je keuken lag; een inductiezone trekt ze uit dezelfde aansluiting als je koelcel, je vaatwas, je afzuiging en je boiler. Die aansluiting heeft een grens, en niemand checkt die grens voor hij zijn nieuwe fornuis bestelt.
Dat is het eerste cijfer in dit artikel, en het is het cijfer dat bepaalt of de rest van het gesprek er zelfs toe doet: hoeveel kilowatt heeft je aansluiting nog vrij, nadat alles wat er al op staat zijn deel heeft opgeëist? Pas daarna volgt het tweede cijfer — wat een uur koken je écht kost, inductie tegenover gas, op de energieprijzen die jij betaalt, niet de gemiddelde folderprijs. En pas met die twee in de hand heeft het derde cijfer, de terugverdientijd, enige betekenis.
Onderaan deze gids staat een rekenmachine die alle drie de cijfers voor je uitrekent met je eigen aansluiting, je eigen keuken en je eigen energieprijzen. De voorbeeldcijfers hierboven zijn van een middelgrote keuken met een aansluiting van 45 kW — herken je jezelf daar niet in, overschrijf gewoon de velden.
Alles rekent in je eigen browser: er wordt niets verstuurd en niets bewaard. De energieprijzen en het aansluitvermogen hieronder zijn EU-gemiddelden ter illustratie — je eigen factuur en je eigen elektricien zijn de laatste rechter, niet dit artikel.
Waarom de rekensom van de folder niet jouw rekensom is
Elke fabrikant citeert hetzelfde cijfer, en het klopt: inductie brengt 85 à 90% van zijn energie in de pan, koken op gas 40 à 55% — de rest verwarmt de keuken, niet het eten. Wat de folder er niet bij zegt, is wat een kilowattuur kost. In het grootste deel van Europa betaalt een horecazaak per kWh elektriciteit ruwweg drie tot vier keer zoveel als per kWh aardgas. Efficiënter verbruiken en goedkoper koken zijn dus twee verschillende beweringen, en de tweede volgt niet automatisch uit de eerste.
Reken het door en het beeld kantelt: bij typische Europese horecaprijzen kost een uur koken op inductie vaak ongeveer het dubbele van een uur koken op gas — niet omdat inductie meer verbruikt, maar omdat wat het wél verbruikt duurder is per eenheid. Dat is geen argument tegen inductie; het is een argument tegen de rekensom die stopt bij "efficiënter, dus goedkoper".
En dan is er het cijfer dat vóór dat alles komt en dat geen enkele folder vermeldt: kán je aansluiting het dragen? Een keuken wordt nooit gedimensioneerd op de som van alles wat erin staat — dat zou een absurd zware en dure aansluiting vergen voor apparatuur die toch nooit allemaal tegelijk vol vermogen trekt. Elektriciens rekenen daarom met een gelijktijdigheidsfactor: het aandeel van het totale vermogen dat realistisch gezien tegelijk aanstaat, meestal 65 tot 75% in een drukke keuken. Zes nieuwe inductiezones tellen daar volledig in mee, en dat is precies waar "we vervangen het dit weekend even" vastloopt op een meterkast die daar nooit op berekend was.
De ultieme gids Restaurantfinanciën: 6 Cijfers die je Winst Bepalen Van btw-tarief tot break-even: alles wat je moet weten om je restaurant financieel gezond te houden, in één gids. Open de gidsDe 3 cijfers, in de volgorde waarin ze je tegenhouden
Ze staan in de volgorde waarin een echte overstap ze tegenkomt. Het eerste cijfer bepaalt of het kan. Het tweede of het geld kost of oplevert. Het derde heeft pas betekenis als de eerste twee beantwoord zijn.
1. Je aansluitvermogen: het cijfer dat niets met geld te maken heeft
Reken een middelgrote keuken met een aansluiting van 45 kW. Koelcel, vaatwas, afzuiging, boiler en het bestaande elektrisch materiaal dat er al staat, claimen daar samen gemiddeld al 32 kW van op — dat cijfer haal je bij je elektricien of van een simpele meting over één drukke dienst.
Zes gasbranders vervangen door zes inductiezones van 3,5 kW elk klinkt als "6 × 3,5 = 21 kW erbij", maar dat is niet hoe een keuken werkt: niet alle zes staan tegelijk op vol vermogen. Met de gebruikelijke gelijktijdigheidsfactor van 70% voor een drukke lijn komt dat neer op 14,7 kW die er in de praktijk bij komt.
32 kW dat er al staat, plus 14,7 kW erbij, is 46,7 kW — op een aansluiting van 45 kW. Dat is 1,7 kW te weinig, en dat is precies het scenario dat een "simpele" overstap in de praktijk stilzet: niet omdat inductie niet past op het aanrecht, maar omdat de meterkast er geen ruimte voor heeft. Het is ook waarom een verzwaring van je aansluiting — een aanvraag bij je netbeheerder, soms met wachttijd — een reële kostenpost is die in geen enkele fabrikantenfolder staat.
De regel is simpel genoeg om zelf te controleren voor je een offerte aanvraagt: tel op wat er al op je aansluiting staat, tel op wat de nieuwe apparatuur er gelijktijdig bij vraagt, en vergelijk dat met wat je aansluiting toelaat. Is er ruimte, dan is de rest van dit artikel een rekensom. Is er geen ruimte, dan is de rest van dit artikel een rekensom mét een verzwaring erbij.
Wat er al op je aansluiting staat, wat zes inductiezones er — met een gelijktijdigheidsfactor van 70% — gelijktijdig bij vragen, en wat er dan nog over is. Of net niet.
1,7 kW te weinig
32 kW is al gemiddeld in gebruik, 14,7 kW komt er gelijktijdig bij — samen 46,7 kW tegenover een aansluiting van 45 kW. Dat is 1,7 kW te weinig, en dat tekort wordt pas zichtbaar op het moment dat de fitter zijn meter erop zet, niet op het moment dat je het fornuis bestelt.
2. Wat een uur koken kost, inductie tegenover gas
Neem dezelfde 3,5 kW-zone en reken haar drie keer door: eventjes sudderen, op en neer bakken, en een wok op volle kracht. Bij elk van de drie geldt hetzelfde patroon, en het is niet het patroon dat de folder suggereert.
Bij typische Europese horecaprijzen — reken €0,090 per kWh gas en €0,320 per kWh stroom, en dat is precies het soort cijfer dat per land en per contract stevig kan verschillen — kost sudderen op inductie ongeveer €0,37 per uur tegenover €0,19 op gas. Op vol vermogen wordt dat €1,28 tegenover €0,66. Ondanks veel minder verspilde energie kost inductie hier ongeveer het dubbele per uur, omdat elektriciteit per eenheid duurder is dan gas.
Dat is geen vast gegeven — het is een verhouding tussen twee prijzen, en die verhouding is niet overal dezelfde. Wie eigen zonnepanelen heeft, een nachttarief gebruikt, of net géén gasaansluiting heeft en op dure gasflessen kookt, ziet het beeld kantelen en soms zelfs omkeren. Dat is precies waarom de rekenmachine onderaan je eigen twee prijzen vraagt in plaats van de prijzen hierboven als waarheid te herhalen.
Onthoud het onderscheid: efficiëntie zegt hoeveel van de energie het eten bereikt. Kost per uur zegt wat die energie je kost. Ze zijn geen synoniemen, en een fornuis kan het een winnen en het ander verliezen.
Dezelfde 3,5 kW-zone, drie keer ingezet: sudderen, bakken, en vol vermogen. Bij elk niveau kost inductie hier ongeveer het dubbele van gas — niet omdat ze meer verbruikt, maar omdat stroom duurder is per kWh.
Reken €0,090 per kWh gas en €0,320 per kWh stroom — EU-gemiddelden ter illustratie. Op je eigen factuur kan die verhouding compleet anders liggen: vul ze hieronder in bij de rekenmachine.
3. De terugverdientijd: pas zinvol ná de eerste twee cijfers
Een terugverdientijd is: wat het kost om te wisselen, gedeeld door wat je er per jaar mee bespaart. Wat het kost, is de meerprijs van inductieapparatuur boven een gelijkwaardig gasfornuis, plus — als het eerste cijfer hierboven negatief uitviel — de kost van een zwaardere aansluiting.
Maar "wat je bespaart" veronderstelt dat er iets te besparen valt, en dat is precies waar het tweede cijfer hierboven het verhaal kan omdraaien. Kost een uur koken op inductie meer dan op gas, dan is er op de energiefactuur niets terug te verdienen — er is alleen een hogere jaarlijkse kost bij te tellen. In dat geval rust de zaak voor overstappen op iets anders dan geld: een verbod op nieuwe gasaansluitingen in je regio, een korting van je brandverzekeraar omdat een open vlam verdwijnt, of gewoon een fornuis dat sowieso aan vervanging toe was.
Is er wél een besparing — omdat je eigen energieprijzen anders liggen dan het EU-gemiddelde, of omdat je stroom goedkoper inkoopt dan gas — dan telt die besparing wel degelijk terug tegen de instapkost, en dan is een terugverdientijd van een paar jaar realistisch. Het punt is niet dat inductie nooit loont; het punt is dat je dat niet weet voor je de eerste twee cijfers hierboven met je eigen aansluiting en je eigen factuur hebt nagerekend.
Zet je eigen keuken in de rekenmachine
Vul in wat op je aansluiting staat, wat er al op verbruikt wordt, hoeveel branders je vervangt en wat jij betaalt per kWh. De velden zijn ingevuld met de cijfers van de middelgrote keuken hierboven, zodat je meteen ziet hoe het leest — overschrijf ze met de jouwe.
De rekenmachine geeft je drie antwoorden: of je aansluiting de overstap aankan of een verzwaring nodig heeft, wat een jaar koken je meer of minder kost, en — alleen als er iets te besparen valt — in hoeveel jaar de investering zich terugverdient.
Inductie-scan
Je aansluiting, je energieprijzen, en of de overstap zich terugverdient.
—
De energieprijzen hierboven zijn EU-gemiddelden ter illustratie en houden geen rekening met jouw contract, jouw regio of een eventueel nachttarief. Alles rekent in je browser; er wordt niets verstuurd of bewaard.
Twee dingen om mee te nemen bij het lezen van je eigen resultaat. Een tekort op je aansluiting is geen showstopper — het is een extra kostenpost die je vooraf kent in plaats van pas wanneer de fitter zijn meter erop zet. En een negatieve besparing betekent niet dat inductie een slecht idee is; het betekent dat de reden om over te stappen dan ergens anders moet liggen dan op je energiefactuur.
Vraag bij twijfel twee dingen na voor je een offerte tekent: een reële meting van wat er nu al op je aansluiting staat (een lastmeter over één drukke dienst kost weinig en is definitief), en of je brandverzekeraar een korting geeft voor een keuken zonder open vlam. Beide veranderen het antwoord van de rekenmachine hierboven meer dan de prijs van het fornuis zelf.
Wat je deze week, deze maand en dit kwartaal doet
Een verkeerde beslissing hier kost duizenden euro's aan een verzwaring die niet nodig bleek, of aan een fornuis dat nooit is aangesloten geraakt. Deze volgorde voorkomt dat.
Deze week — reken na met wat je al hebt
- Zoek je aansluitvermogen op: het staat op je meterkast of op de laatste rekening van je netbeheerder.
- Vraag je elektricien om een schatting van wat er nu al gemiddeld op die aansluiting staat, of laat één drukke dienst meten.
- Haal je gas- en stroomprijs per kWh van je laatste facturen — niet het EU-gemiddelde hierboven.
- Vul alle drie in bij de rekenmachine en lees welk van de vier scenario's op jou van toepassing is.
Deze maand — vraag de twee cijfers na die niet in de folder staan
- Vraag een offerte voor de specifieke inductieapparatuur die je wilt, niet een gemiddelde meerprijs.
- Als je aansluiting te weinig ruimte heeft: vraag je netbeheerder een concrete prijs en wachttijd voor een verzwaring.
- Vraag je brandverzekeraar expliciet of een keuken zonder open vlam je premie verlaagt.
- Herbereken de terugverdientijd met deze echte cijfers in plaats van de standaardwaarden.
Dit kwartaal — beslissen en plannen, niet improviseren
- Loont het op papier: plan de omschakeling in je rustigste weken, zodat de fitter de nieuwe groep kan testen vóór een drukke dienst.
- Loont het niet op papier: herhaal de rekensom volgend jaar — energieprijzen bewegen elk jaar, en dit antwoord kan omslaan zonder dat je keuken verandert.
- Zet de meerprijs en een eventuele verzwaring in je eigen verbouwingsbudget, niet als losstaande post.
- Bewaar de meting van je aansluiting: die heb je opnieuw nodig zodra je nog een stuk apparatuur elektrisch maakt.
De vraag is nooit alleen "inductie of gas" — het is "kán het, en loont het"
Bijna elke offerte voor een inductiekeuken begint bij de prijs van het fornuis en eindigt bij een efficiëntiecijfer uit de folder. Beide cijfers kloppen, en toch missen ze allebei de vraag die de overstap in de praktijk beslist: is er ruimte op je aansluiting, en is elektriciteit bij jou goedkoop genoeg per kWh om die extra efficiëntie ook in euro's terug te zien.
Dat is geen reden om niet over te stappen — het is een reden om de volgorde om te draaien. Check eerst je aansluiting, dan je eigen energieprijzen, en pas dan de terugverdientijd. Bij sommige keukens draait de rekensom compleet om zodra de eigen cijfers erin staan; bij andere blijft ze precies zo negatief als het EU-gemiddelde hierboven, en dat is dan ook een geldig antwoord.
Doe dezelfde oefening daarna voor de rest van je energiefactuur: de energiekosten van je keuken lopen via precies dezelfde meterkast, en je onderhoudsschema bepaalt sowieso wanneer een fornuis toch al aan vervanging toe is — dat is het moment waarop deze rekensom er gratis bij komt.