In dit artikel
Een restaurant zit altijd aan twee kanten van dezelfde wet: als schuldenaar tegenover de leverancier van vandaag, en als schuldeiser tegenover de cateringklant die vorige maand een factuur kreeg — en op geen van beide kanten kent iemand het cijfer dat de wet er eigenlijk aan hangt.
Aan tafel betaalt niemand op krediet. De gast rekent af voor die de deur uit is, met kaart of contant, en daarmee stopt voor de meeste eigenaars het nadenken over "betalingstermijnen" helemaal. Maar zodra er een factuur wordt gestuurd — aan een cateringklant, een bedrijf dat een personeelsfeest boekte, een evenementenorganisator — verandert de zaak van kassa in schuldeiser. En zodra er een factuur binnenkomt van de groentehandelaar, de wasserij of de drankenleverancier, is diezelfde zaak schuldenaar.
Beide kanten worden geregeld door dezelfde Europese wet, en die wet heeft harde getallen: een standaardtermijn als er niets is afgesproken, een absoluut plafond in verschillende lidstaten, een automatische rente die begint te lopen zonder dat iemand een brief hoeft te sturen, en een vaste vergoeding van €40 per late factuur die zo goed als niemand in de horeca ooit claimt.
restaurant-cashflow-beheren.html behandelt betalingstermijnen al als hefboom — Net-7 versus Net-30 versus Net-45 onderhandelen om ademruimte te kopen — en leveranciers-onderhandelen-horeca.html geeft de tactiek om dat gesprek te voeren. Geen van beide artikels zegt wat de wet toelaat als dat gesprek misloopt, of wat je zelf verschuldigd bent als je eigen factuur te laat wordt betaald.
Dit artikel vult dat gat: zeven cijfers, elk met een bron, die samen de vloer en het plafond vormen van elke betalingstermijn die een horecazaak ooit tekent — als schuldenaar én als schuldeiser.
Waarom dit twee kanten heeft, niet één
De meeste horeca-eigenaars lezen "betalingstermijn" en denken meteen aan de leverancier die hen laat wachten. Dat is de helft van het verhaal. Elke zaak die catering doet, een bedrijfslunch factureert, een communie of een personeelsfeest afrekent via een geschreven factuur in plaats van aan tafel, is op dat moment zelf de schuldeiser — en heeft dezelfde wettelijke rechten die een leverancier tegenover hén heeft.
Dat is precies waarom eventmanagement-groepsreserveringen.html hierbij aansluit: elke groepsfactuur die de deur uitgaat, valt onder exact dezelfde regels als de factuur die er binnenkomt. Wie enkel de kant van de schuldenaar kent, laat op tafel liggen wat de wet als schuldeiser toekent — een rente en een vaste vergoeding, automatisch, zonder aanmaning.
De cijfers hieronder zijn daarom in twee richtingen leesbaar: als plafond op wat een leverancier je mag vragen, en als recht op wat een late klant je verschuldigd is. Dezelfde wet, twee kanten, één rekenmodule verderop in dit artikel die allebei doet.
Gids De volledige financiële gids Alle artikels over cashflow, kosten en cijfers in de horeca, op één plek. Bekijk de gidsDe 7 cijfers
In volgorde van hoe een late factuur zich in de praktijk opbouwt: van het startpunt dat iedereen aanneemt, over het harde plafond dat weinigen kennen, tot het jaar waarin één gemeenschappelijk EU-cijfer sneuvelde.
1. 30 dagen — het Europese standaardstartpunt
Richtlijn 2011/7/EU, omgezet in de wetgeving van elke lidstaat, legt de basis: als een contract niets zegt over de betalingstermijn, is die termijn 30 kalenderdagen vanaf de factuurdatum of vanaf de levering van goederen of diensten — wat later valt. Dat geldt overal in de EU, voor elke B2B-transactie, ongeacht de grootte van de onderneming.
Dertig dagen is dus niet "de gebruikelijke termijn" of een gewoonte uit de sector — het is de wettelijke default die automatisch geldt zodra een leverancier of een klant niets anders heeft laten vastleggen. Op een factuur van € 3.000 met een stilzwijgende termijn is dag 31 de dag waarop de wettelijke rente begint te lopen, ongeacht wat er ooit mondeling is afgesproken.
2. 60 dagen — België sluit de achterpoort volledig
Sinds 1 februari 2022 mag een B2B-contract in België geen betalingstermijn langer dan 60 kalenderdagen meer bevatten — voor elk bedrijf, van eenmanszaak tot beursgenoteerde groep. Een clausule die een langere termijn belooft, wordt niet "ongeldig verklaard door een rechter": ze wordt wettelijk voor niet-geschreven gehouden, en de factuur valt automatisch terug op de standaardtermijn van 30 dagen.
Dat is strenger dan wat de meeste andere lidstaten toepassen. De algemene EU-regel laat een langere termijn wél toe zolang die "niet kennelijk onbillijk" is voor de schuldeiser — een vage toets die in de praktijk zelden wordt afgedwongen. België schrapte die uitzondering gewoon: de wet sloot tegelijk de bekende omweg waarbij de klok pas begon te lopen na een "conformiteitscontrole" van de geleverde goederen. Die controleperiode telt sindsdien gewoon mee binnen de 60 dagen.
Dezelfde Europese vloer van 30 dagen, maar elk land trekt zijn eigen harde grens — of geen enkele.
De "niet kennelijk onbillijk"-toets van de algemene EU-richtlijn geldt nog in de meeste andere lidstaten — zonder één hard getal zoals hierboven.
3. 8 procentpunten boven de ECB-rente — de klok die vanzelf start
Zodra een factuur de betalingstermijn overschrijdt, loopt er automatisch een wettelijke intrest — geen aanmaning, geen ingebrekestelling, geen rechter nodig. Het minimum staat vast in de richtlijn: 8 procentpunten boven de referentierente van de Europese Centrale Bank.
Bij de ECB-rente van 2,40% (augustus 2026) komt dat neer op 10,40% per jaar — een rente die vandaag op elke openstaande B2B-factuur in de eurozone loopt, of de partijen dat nu weten of niet. Op een factuur van € 3.000 die 45 dagen te laat wordt betaald, is dat alleen al € 38 aan rente — vóór er sprake is van enige andere kost.
4. €40 — de vergoeding die zo goed als niemand claimt
Bovenop de rente heeft elke schuldeiser automatisch recht op een vaste vergoeding van €40 per te laat betaalde factuur, EU-breed, zodra de vervaldag is verstreken — zonder aanmaning en zonder dat je hoeft te bewijzen dat je effectief kosten hebt gemaakt om het geld binnen te halen. Bij hogere invorderingskosten (advocaat, incassobureau) mag je bovenop die €40 ook die reële kosten aanrekenen.
In de praktijk vraagt zo goed als geen enkele horecazaak die €40 ooit op — het staat niet op de standaardfactuur, en niemand voegt het manueel toe aan een herinnering. Een zaak die tien keer per jaar een cateringfactuur laattijdig betaald krijgt, laat daarmee €400 liggen die de wet haar al toekent, los van de intrest.
5. 45 dagen einde maand, of 60 vanaf factuur — Frankrijk en zijn boetes
Frankrijk's wet LME laat bedrijven kiezen tussen twee structuren: 60 dagen vanaf de factuurdatum, of 45 dagen einde van de maand — wat in de praktijk kan oplopen tot bijna 75 dagen voor een factuur die net na de maandwissel wordt opgemaakt. Frankrijk controleert die regel ook actief: een overtredend bedrijf riskeert een boete tot €2.000.000, oplopend tot €4.000.000 bij herhaling binnen twee jaar.
Dat is geen dode letter. In 2025 alleen al werden 409 Franse bedrijven gecontroleerd, met in totaal €47.000.000 aan effectief opgelegde sancties — en de namen van de beboete bedrijven worden intussen standaard gepubliceerd.
6. €800.000 — Spanje's boeteplafond en zijn zwarte lijst
Spanje kent hetzelfde plafond van 60 dagen, maar voegde er via de wet Crea y Crece (2022) een boete tot €800.000 aan toe voor wie het overschrijdt. Daarnaast houdt de Spaanse overheid een openbare lijst bij van bedrijven die structureel te laat betalen: elk bedrijf met meer dan €600.000 aan openstaande leveranciersschuld dat minder dan 10% van zijn facturen op tijd betaalt, wordt bij naam gepubliceerd.
Het effect is een tweede, publiek instrument bovenop de rente en de vergoeding: niet alleen een financiële prikkel, maar een reputatieprikkel — precies het soort hefboom dat een individuele horecazaak nooit zelf kan organiseren tegen een grote klant die stelselmatig te laat betaalt.
7. 2025 — het jaar dat één Europees cijfer sneuvelde
In september 2023 stelde de Europese Commissie een nieuwe verordening voor die de betalingstermijn EU-breed zou beperken tot één harde grens van 30 dagen, voor élke B2B-transactie — geen uitzonderingen, geen contractuele verlenging tot 60 dagen zoals nu in de meeste lidstaten wél kan. Het Europees Parlement stemde in 2024 voor een versie met meer soepelheid (tot 60 dagen bij expliciete afspraak), maar het voorstel geraakte vastgeroest tussen Raad en Parlement.
In 2025 bevestigde het inkomende Deense voorzitterschap dat er geen verdere actie meer zou komen. Het voorstel is daarmee de facto dood, en het huidige lappendeken blijft gewoon bestaan: 60 dagen hard in België, Frankrijk en Spanje, een zachtere "niet kennelijk onbillijk"-toets elders, en telkens een andere boete of geen boete. Er komt, voorlopig, geen enkel EU-cijfer dat overal hetzelfde is.
Veertien jaar Europese wetgeving over betalingstermijnen, in vier momenten.
Geen enkel signaal wijst op een nieuwe poging op korte termijn — de nationale plafonds blijven voorlopig het enige harde cijfer.
Wat een late factuur je wettelijk kost
De rekenmodule hieronder doet dezelfde som in beide richtingen: vul een factuurbedrag en het aantal dagen te laat in, en je ziet wat de wet — bovenop het factuurbedrag zelf — automatisch toevoegt. Kies eerst welke kant je bekijkt: de leverancier die jou laat wachten, of de klant die jouw factuur laat liggen. Het bedrag verandert niet — alleen wie het volgens de wet toekomt.
Standaard staat de rente op 8 procentpunten boven de huidige ECB-rente van 2,40%, maar je kan dat cijfer aanpassen — landen buiten de eurozone gebruiken de referentierente van hun eigen centrale bank, telkens plus diezelfde 8 punten.
Reken uit: rente + vergoeding op een late factuur
Factuurbedrag, dagen te laat, de rentevoet — de wet doet de rest automatisch.
—
Standaardwaarden: een factuur van € 3.000, 45 dagen te laat, aan 10,40% (ECB + 8 punten) — pas ze aan naar je eigen situatie.
Illustratie van het EU-mechanisme, geen juridisch advies. Check de exacte omzetting en eventuele nationale plafonds (zoals België's 60 dagen) voor jouw land.
Dit is een illustratie van het mechanisme uit Richtlijn 2011/7/EU, geen juridisch advies en geen exacte berekening voor een specifiek dossier — de precieze omzetting, munteenheid en eventuele nationale afwijkingen (zoals België's harde 60-dagenplafond) verschillen per land. Check bij twijfel de omzetting in jouw eigen lidstaat.
Wat de module wél laat zien: de rente en de vergoeding lopen automatisch, ongeacht of iemand er ooit om vraagt. Op de meeste late facturen in de horeca wordt nooit een cent van geclaimd — niet omdat de wet het niet toelaat, maar omdat niemand het ooit heeft opgezocht.
Wat je concreet doet met deze zeven cijfers
Drie stappen, afhankelijk van welke kant van de factuur je aan het bekijken bent.
Als je zelf betaalt (schuldenaar)
- Check je leverancierscontracten op een termijn langer dan 60 dagen — in België is die clausule sowieso ongeldig, elders vraag je gewoon om ze te herzien.
- Onderhandel de termijn in plaats van hem te laten glippen — Net-30 in plaats van Net-7 is vaak bespreekbaar bij een langdurige relatie (zie leveranciers-onderhandelen-horeca.html).
- Betaal binnen de afgesproken termijn als het even kan: 10,40% rente op een openstaande factuur is duurder dan de meeste kortlopende kredietlijnen.
Als je zelf factureert (schuldeiser)
- Zet de wettelijke rente en de €40-vergoeding standaard op je betalingsherinneringen, ook al pas je ze niet altijd toe — het signaal alleen al versnelt vaak de betaling.
- Vraag bij een structureel late klant (>60 dagen) effectief de rente en de vergoeding op — dat is geen agressieve stap, het is wat de wet je al toekent.
- Leg de betalingstermijn expliciet vast op elke offerte en elk contract voor een event of catering — een termijn die niet is afgesproken, valt terug op 30 dagen.
Bij een structureel geschil
- Documenteer de facturen, de vervaldata en elke herinnering — dat is wat een aanmaning of een procedure nodig heeft.
- Ga na of jouw land een specifiek meldpunt of register heeft (zoals Spanje's lijst van late betalers) voor structurele wanbetalers.
- Schakel pas een advocaat of incassobureau in bij een bedrag dat de kost ervan overstijgt — de reële invorderingskosten mag je sowieso bovenop de €40 aanrekenen.
Wat je hiermee doet
Het punt van dit artikel is niet dat je morgen elke late betaler een aanmaning met rente en €40 vergoeding stuurt — bij een leverancier waarmee je een goede relatie hebt, is dat vaak niet de moeite. Het punt is dat je nu weet wat de wet toelaat, in beide richtingen: een leverancier die je langer dan 60 dagen laat wachten in België overtreedt de wet, punt uit — en een cateringklant die je factuur 45 dagen laat liggen, is je automatisch rente én €40 verschuldigd, of je dat nu claimt of niet.
Voor de leverancierskant blijft restaurant-cashflow-beheren.html de plek om dat om te zetten in een tactiek — Net-30 onderhandelen in plaats van Net-7, of vroegbetalingskorting aanbieden aan kernleveranciers. Voor de klantkant is het simpelweg een kwestie van de €40 en de rente standaard op je herinneringen zetten, zodat het geen uitzondering wordt maar een gewoonte.
Twee kanten, één wet, en zeven cijfers die de meeste horeca-eigenaars nog nooit hebben opgezocht — terwijl ze er elke maand, aan beide kanten van hun eigen boekhouding, al aan onderworpen zijn.